“Katten zijn gewoon niet te trainen.”
Ik hoor het vaak. En ik begrijp waarom mensen dat denken — een kat die zich uit de voeten maakt als je de nagelschaar pakt, die zich verzet als je hem in de reismand probeert te zetten of die niets moet weten van de tandenborstel.
Maar ontrainbaar? Nee. Je kat is juist superslim — en juist omdat hij in het verleden iets geleerd heeft, reageert hij nu zo. Of jij het hem bewust geleerd hebt of niet. Katten zijn altijd aan het leren.
Ze weten precies welk geluid de snoepjesla maakt. Ze kennen het verschil tussen jouw jas pakken voor de supermarkt en jouw jas pakken voor de dierenarts. Je kat heeft allang door dat miauwen voor de dichte slaapkamerdeur aandacht oplevert — of zelfs een vervroegd ontbijt.
Dat is geen toeval. Dat heb jij je kat geleerd.
In dit artikel leg ik uit waarom katten doen wat ze doen — en waarom het begrijpen van die reden jouw relatie met je kat gaat verbeteren.
Elk gedrag heeft een reden
Katten doen nooit iets zomaar. Dat klinkt misschien als een open deur, maar in de praktijk vergeten we het snel.
Een kat die zich uit de voeten maakt zodra je de nagelschaar pakt, doet dat niet om jou te pesten. Een kat die zich in alle bochten wringt als je hem in de reismand probeert te zetten, is niet koppig. En een kat die wegdraait bij de tandenborstel, probeert je iets te vertellen — op basis van wat hij eerder heeft geleerd.
Gedrag is altijd een manier om een behoefte te vervullen. Dat is een van de basisprincipes uit de gedragswetenschap, al beschreven door gedragswetenschapper B.F. Skinner in de jaren dertig: gedrag dat zich loont, wordt herhaald. Gedrag dat niets oplevert — of iets onaangenaams — verdwijnt of wordt vermeden.
Voor je kat werkt dat precies zo. Als de nagelschaar in het verleden voorspelde dat je kat werd vastgehouden en er aan zijn pootjes werd gefrunnikt, wat hij ronduit vervelend vond, heeft je kat nu een logische conclusie getrokken: weglopen. Dat is geen ongehoorzaamheid. Dat is een slim dier dat probeert zo’n nare ervaring het liefst uit de weg te gaan.
Welke reden zit er achter het gedrag?
Een kat doet dus nooit iets alleen maar om jou te plagen of dwars te zitten. Je kat heeft altijd een goede reden. De vraag is dan: welke reden heeft jouw kat?
De behoeften van een kat
Wat je kat aandrijft, zijn zijn behoeften. Elk dier heeft zo zijn behoeften — zo ook katten. In de wetenschap onderscheiden ze drie verschillende soorten welzijnsbehoeften:
- Biologische welzijnsbehoeften: voeding, water, slaap, beweging en een schone leefomgeving. Dit zijn de basisbehoeften waar je kat niet omheen kan — en gedrag dat hieruit voortkomt is dan ook het moeilijkst te negeren.
- Gedragsmatige welzijnsbehoeften: jagen, verkennen, klimmen, krabben, spelen. Dit gedrag komt voort uit de natuurlijke aard van de kat. Een binnenkat die deze behoeften niet kan vervullen, zoekt daar vroeg of laat een uitlaatklep voor — niet altijd op een manier die jij prettig vindt.
- Emotionele welzijnsbehoeften: veiligheid, voorspelbaarheid en controle over de eigen omgeving. En bij sociale katten: contact en verbinding. Dit zijn precies de behoeften die bij zorghandelingen het vaakst onder druk komen te staan.
Wil je weten hoe je medicatie geven zo aanpakt dat je kat die controle behoudt? Dat is precies waar de Piltraining voor katten op is gebouwd.
Hoe kom je erachter welke reden het gedrag van je kat heeft?
Dat is precies de vraag die je jezelf moet stellen. Uit de toegepaste gedragsanalyse (ook wel ABA genoemd) weten we dat elk gedrag een functie heeft. De vraag is niet “hoe stop ik dit gedrag”, maar “welke behoefte probeert mijn kat hiermee te vervullen?” Pas als je die vraag beantwoordt, kun je effectief iets veranderen.
Bij nagels knippen, tandenpoetsen, de reismand of je kat een pil geven wordt er bijna altijd inbreuk gedaan op die derde categorie. Je kat wil weten wat er gaat gebeuren, vertrouwen hebben dat er niets vervelends gebeurt, en te allen tijde de keuze hebben om te gaan en staan waar hij wil.
Een kat die zijn hele leven de nagelschaar is tegengekomen als iets wat hem overrompelt, heeft geleerd dat het verschijnen van dat ding iets onaangenaams voorspelt. De behoefte aan controle en veiligheid wordt op dat moment vervuld door slechts één ding: zo snel mogelijk wegwezen.
Hetzelfde geldt voor de reismand. De meeste katten zien de mand alleen tevoorschijn komen als er een dierenartsbezoek aankomt. De mand voorspelt dus iets onaangenaams of zelfs pijnlijks — en het laatste waar je kat dan aan moet denken is om er zelf in te stappen. Hoe je dat verandert, lees je hier.
Hoe leer je ongewenst gedrag af?
Dit is waarschijnlijk de vraag waarmee de meeste mensen op dit artikel landen. En het eerlijke antwoord is: door te stoppen met focussen op het gedrag zelf, en te beginnen bij de behoefte eronder.
Stel, je kat krabt aan de bank. Je kunt de bank afdekken, je kat wegjagen of een spuitflesje pakken. Maar zolang de behoefte om te krabben — het scherpen van de nagels, het markeren van territorium, het rekken van de spieren — onvervuld blijft, zoekt je kat gewoon een andere plek. De bank wordt de vloerbedekking. Of de deurpost.
Ongewenst gedrag verdwijnt pas als de onderliggende behoefte op een andere manier wordt vervuld.
Dat klinkt simpeler dan het is, want het vraagt om een andere manier van kijken. Niet: “hoe stop ik dit?” Maar: “wat heeft mijn kat nodig, en hoe kan ik dat aanbieden op een manier die voor ons allebei werkt?”
Bij zorghandelingen werkt dat precies zo. Een kat die wegloopt bij de tandenborstel heeft de behoefte aan veiligheid en controle. Die behoefte verdwijnt niet als je hem vasthoudt en toch poetst. Ze wordt alleen maar groter — en de volgende keer vlucht hij sneller weg, want hij heeft geleerd dat vluchten de enige optie is die hij heeft.
De oplossing zit in het omdraaien van die ervaring: de tandenborstel wordt iets wat goede dingen voorspelt, in plaats van iets wat ongemak voorspelt. Hoe je dat aanpakt, leer je in mijn cursus Tandenpoetsen.
Wil je meteen aan de slag? Met de 14 dagen Train-je-Kat Challenge leer je stap voor stap hoe je een samenwerking met je kat opbouwt — ook als jullie nog nooit samen getraind hebben.
Video: Noor laat hier zien dat ze niet afhankelijk is van mij om te bewegen — zelfs als ik nog slaap, kan ze zelf haar moment pakken op het kattenloopwiel.
Waarom straffen — en “even doorzetten” — zinloos is
Wanneer je Skinner’s theorie volgt, is het super logisch om te denken dat je het wegvluchten of niet meewerken van je kat niet wilt belonen door te stoppen met wat je aan het doen bent. Je zet door, zodat je kat er maar aan gaat wennen.
Dat is een leuke theorie, maar zo werkt het in de praktijk niet. En dat heeft alles te maken met wat we net hebben besproken.
De behoefte van je kat aan voorspelbaarheid, veiligheid en controle blijft bestaan. Die heb je daarmee niet opgelost.
Een kat die nog steviger wordt vastgehouden op het moment dat hij probeert te vluchten, leert daardoor niet dat nagels knippen veilig of leuk is. Hij leert dat jij onvoorspelbaar bent. Het vertrouwen dat je nodig hebt om überhaupt samen te kunnen werken aan zorghandelingen, wordt precies op dat moment beschadigd.
Onderzoek naar de effecten van straf bij dieren — onder andere van gedragswetenschapper Karen Overall — laat zien dat straf of correctie weliswaar gedrag kan onderdrukken, maar de onderliggende emotie verandert er niet door. De angst blijft. En angst die niet wordt aangepakt, uit zich vroeg of laat op een andere manier.
Waarom houdt je kat dan toch op den duur op met tegenstribbelen?
“Hij went er wel aan.” Soms lijkt dat zo. Een kat die steeds opnieuw wordt blootgesteld aan iets wat hij eng vindt zonder dat er iets positiefs tegenover staat, kan inderdaad ophouden met zich verzetten. Maar dat betekent niet dat hij eraan gewend is en het wel welletjes vindt — het is ‘flooding’.
De kat heeft elke keer dat je ‘ff doorzet’ geleerd dat vluchten toch niet helpt. Hij geeft het op. In de gedragswetenschap heet dat proces aangeleerde hulpeloosheid, een begrip dat psycholoog Martin Seligman al in de jaren zestig beschreef. Je kat lijkt ogenschijnlijk rustig, maar van binnen is er niets opgelost.
Dus hoewel “even doorzetten en klaar” voor de eigenaar efficiënt en niet zo erg aanvoelt — los je daarmee het gedrag van je kat niet op, want zijn behoefte aan voorspelbaarheid en controle blijft onvervuld. Hij heeft geen keuze. En een kat die leert dat hij geen keuze heeft, verliest het vertrouwen dat hij die ooit zal krijgen.
Zolang de behoefte van je kat onvervuld blijft, blijft je kat manieren zoeken om die behoefte te vervullen — en dat zijn zelden manieren die jij prettig vindt.
Gedrag is communicatie — luister naar je kat
Er is een verschuiving nodig in hoe je naar het gedrag van je kat kijkt. Niet: “hoe stop ik dit?” Maar: “wat probeert mijn kat me te vertellen?”
Want dat is precies wat gedrag is. Communicatie.
Een kat die wegloopt zodra je de reismand tevoorschijn haalt, vertelt je iets. Een kat die bijt als je zijn poten aanraakt, vertelt je iets. Een kat die bevriest tijdens het kammen — en het gewoon ondergaat — vertelt je ook iets, ook al zie je geen duidelijk verzet.
De boodschap is elke keer hetzelfde: dit voelt niet veilig.
Toen mijn dierenarts me vertelde dat Ivy’s astma-inhalator “eigenlijk niet haalbaar is bij katten, want die accepteren dat niet”, was dat precies wat Ivy me ook vertelde. Ze draaide weg, wurmde zich los, vluchtte. Duidelijke communicatie.
Het verschil is wat je met die boodschap doet. Ik besloot te luisteren — en stapje voor stapje een andere ervaring op te bouwen. Tien weken later stak ze haar snuitje er vrijwillig in. Ze komt nu aanrennen als het tijd is voor haar medicatie. Hoe ik dat stap voor stap heb aangepakt, lees je in dit artikel.
Niet omdat ze het “gewend” is. Maar omdat ik haar altijd de keuze heb gegeven, het voorspelbaar heb gemaakt voor haar en de inhalator inmiddels iets goeds voorspelt.
Dat is de kern van hoe ik werk: niet het gedrag onderdrukken, je kat foppen of laten wennen, maar door de behoeften van je kat serieus te nemen en de ervaring veranderen. En dat begint altijd met luisteren naar wat je kat je probeert te vertellen.
Hoe verander je gedrag dan wél?
Als straffen niet werkt en doorzetten averechts werkt, wat dan?
Het antwoord zit in twee principes die in de gedragswetenschap goed zijn onderbouwd: desensitisatie en counter-conditioning. Grote woorden voor een simpel idee.
Desensitisatie betekent: je kat heel geleidelijk en op zijn eigen tempo laten wennen aan iets wat hij nu eng of onaangenaam vindt — waarbij je altijd onder de drempel blijft waarop hij stress ervaart. Niet de nagelschaar meteen bij zijn poten, maar beginnen met de nagelschaar gewoon in de ruimte laten liggen. Dan dichterbij. Dan aanraken. Dan één nagel. Elke stap zo klein dat je kat er nauwelijks iets van merkt.
Counter-conditioning voegt daar iets aan toe: je koppelt het ding dat je kat eng vindt aan iets wat hij juist heel prettig vindt. Een voertje. Aandacht. Spel. De reismand verschijnt — en er gebeurt iets goeds. Herhaal dat vaak genoeg, en de negatieve associatie verandert in een positieve.
Je kat leert niet dat iets “moet”. Hij leert dat het de moeite waard is.
Dat is precies hoe ik de inhalator met Ivy heb aangepakt. En hoe ik zorghandelingen aanpak bij katten die er jarenlang voor zijn weggelopen. Niet door ze te overtuigen of te dwingen, maar door de ervaring zo op te bouwen dat de kat zelf kiest om mee te doen.
Wil je weten hoe je dit stap voor stap aanpakt bij jouw kat? In de cursus Start Cooperative Care doorloop je precies dit proces — voor nagels knippen, tandenpoetsen, de reismand en meer.
Veelgestelde vragen over kattengedrag
Is mijn kat stout als hij iets doet wat ik niet wil?
Nee. Katten hebben geen besef van “stout zijn” zoals wij dat bedoelen. Je kat doet wat werkt — wat hem in het verleden een goed resultaat heeft opgeleverd. Dat voelt voor ons soms koppig of dwars, maar vanuit de kat bezien is het volkomen logisch gedrag.
Waarom krabt mijn kat aan de bank terwijl er een krabpaal naast staat?
Krabben heeft meerdere functies: nagels scherpen, spieren rekken en territorium markeren. De bank voldoet daar blijkbaar beter aan dan de krabpaal — door de textuur, de locatie of de hoogte. De behoefte is er. De krabpaal voldoet alleen nog niet aan die behoefte. Pas de krabpaal aan of verplaats hem naar een plek waar je kat al graag krabt.
Mijn kat is altijd angstig geweest — kan dat nog veranderen?
In de meeste gevallen wel, al hangt het af van de leeftijd waarop de angst is ontstaan en hoe lang het gedrag al bestaat. Je kat is angstig omdat zijn behoefte aan veiligheid, voorspelbaarheid en controle over zijn omgeving mogelijk onvervuld zijn. Zodra je je kat daar meer van geeft en nieuwe associaties meegeeft — via desensitisatie en counter-conditioning — zal die angst verminderen. Dat kost tijdelijk wat inspanning en aanpassingen, maar voor veel katten is er meer vooruitgang mogelijk dan eigenaren ooit hadden durven verwachten.
Wil je daar direct mee aan de slag? Download het gratis e-book voor angstige katten.
Hoe weet ik of mijn kat stress heeft tijdens een zorghandeling?
Kijk niet naar losse signalen, maar naar het totaalplaatje. De kernvraag: wil je kat weg? Moet je hem vasthouden om iets te doen? Een kat die bevriest en het gewoon ondergaat, heeft niet per definitie geen stress — dat kan ook aangeleerde hulpeloosheid zijn. Wat je wél wilt zien: een kat die vrijwillig naar je toekomt, toestemming geeft voor aanraking en na de handeling nog even bij je blijft hangen.
Kan een oudere kat nog nieuw gedrag leren?
Absoluut! Katten blijven hun hele leven lang leren — de snelheid kan wat afnemen door al vastgeroeste routines die over de jaren zijn ontstaan, maar een senior kat is zeker nog trainbaar. Probeer het uit en volg de Train-je-Kat Challenge.
Wat is het verschil tussen een kattentrainer en een kattengedragstherapeut?
Een kattengedragstherapeut richt zich op het diagnosticeren en behandelen van gedragsproblemen zoals agressie, onzindelijkheid of het introduceren van een nieuwe kat — vaak hoofdzakelijk door de omgeving van de kat en het gedrag van de eigenaar aan te passen.
Een kattentrainer, zoals ik, focust zich meer op het aanleren van gedrag en het veranderen van bepaalde associaties die de kat heeft. Ik help de communicatie onderling te verbeteren en werk met eigenaren en katten die baat hebben bij meer samenwerking, begrip en vaardigheden. Denk aan zorghandelingen aanleren, gewenning aan nieuwe situaties of het versterken van de onderlinge band.
Twijfel je welke hulp jouw kat nodig heeft? Boek gratis een kennismakingsgesprek met Judith.


